Er is wereldwijd een revolutie gaande. Een stille revolutie, die is ingezet door de opkomst van internet en die ons dwingt onze organisaties, onze bedrijfscultuur, onze manier van managen en onze mentaliteit te veranderen. Kennis delen in plaats van afschermen is het devies. Net als samenwerken. En uitgaan van de kracht van mensen.
Roland Hameeteman, oprichter van het IT-bedrijf e-office, gelooft heilig in het positieve effect dat deze veranderingen op de mens en de wereld kan hebben: „Succes hebben ten koste van een ander kan niet meer. Bij de nieuwe, 21ste eeuwse manier van werken houd je rekening met je omgeving.”
Met zijn boek ’De kracht van mensen’ hoopt hij managers en ondernemers te inspireren hoogopgeleide kenniswerkers voortaan alle vertrouwen en de ruimte te geven en zo het ware talent van het personeel optimaal te benutten. „In de twintigste eeuw hebben we organisaties gebouwd rond processen. Alsof bedrijven machines waren, werden ze opgedeeld in afdelingen en divisies. Lange tijd werkte dit prima. Het heeft ons veel welvaart gebracht. Maar er kleven ook nadelen aan dit systeem. Het damt de creativiteit van mensen in.
Werknemers kijken vaak niet verder dan hun eigen afdeling. Informatie wordt achtergehouden, want kennis is macht. Van samenwerking is geen sprake. Er heerst onderling wantrouwen en elke verandering wordt met weerstand begroet. Met als resultaat dat innovatie uitblijft.”
„De 21ste eeuw vraagt om een nieuwe manier van werken”, zegt Hameeteman stellig. „Om in de kenniseconomie een rol van betekenis te kunnen spelen, is een andere mindset bij de bestuurders nodig. De leiding van een bedrijf moet veel meer vertrouwen in de werknemers uitstralen. Niet sturen op controle, maar op vertrouwen. De barrières die er zijn, de afdelingen, de functies, die moeten geslecht worden. Carrière maken is tegenwoordig geen kwestie meer van langzaam opklimmen, maar van je verbreden. Hoe breed inzetbaar ben je? Dat is de vraag. De mens moet zich maximaal ontplooien. Alleen samen bereik je meer dan je je ooit hebt kunnen voorstellen.”
„Het Nieuwe Werken. Iedereen heeft er plotseling de mond vol van. Alsof het een hype is. Maar ik ben ervan overtuigd dat deze mentale omwenteling in het bedrijfsleven noodzakelijk is”, benadrukt Hameeteman. „Overal om je heen zie je dat mensen tegen de grenzen van traditionele organisaties aanlopen. Zelf worstel ik al sinds 1991, het jaar waarin ik e-office oprichtte, met dit probleem. Mijn boek is een persoonlijk en openhartig verslag van die strijd.”
Directeur Theo Rinsema van Microsoft Nederland onderschrijft de visie van Hameeteman.
Voor hem is het Nieuwe Werken allang geen experiment meer. „Dit veranderingstraject, waarin wij drie jaar geleden zijn gestapt, heeft zich intussen wel bewezen”, zegt hij. „Zelfs vanuit ons moederbedrijf in Amerika zijn er al complimenten gekomen hoe wij onze medewerkers de vrijheid geven om waar en wanneer te werken zoals ze willen en tegelijkertijd op resultaat te sturen. Deze methode draagt ook bij aan het verminderen van de files en CO2 uitstoot.” Voor Rinsema en zijn managementteam was het wel een kwestie van omschakelen. „Je stijl van leiderschap moet je inderdaad veranderen. Je moet aansturen op basis van vertrouwen in plaats van op controle, letten op output in plaats van aanwezigheid.” Ook het personeel moest flink wennen. „Niet zozeer aan het thuiswerken, want die mogelijkheid boden wij al. Maar vooral de vraag ’wanneer stop je met werken?’ was voor veel medewerkers een heikel punt. We hebben hier nogal een ambitieuze populatie en een grote groep bleek moeite te hebben de laptop ook weer dicht te klappen.’’
Balans
,,Uit een medewerkerstevredenheidsonderzoek kwam naar voren dat veel mensen het bedrijf een onvoldoende gaven voor het hanteren van de werkprivébalans. Daarop zijn wij met interne trainingen gestart waarin medewerkers geleerd wordt die balans zelf aan te brengen en om te gaan met een eventueel schuldgevoel, wanneer je op kantoortijden niet werkt, maar ’s avonds wel.”
„Wat ik zelf aanvankelijk het moeilijkste vond, was om een goed navigatiesysteem te ontwikkelen. Niemand heeft hier op kantoor een vaste werkplek. Je kiest je plek afhankelijk van het soort werk dat je wilt doen. Dat betekent dat je gemiddeld vier a vijf keer per dag verhuist.
En dat je vooraf moet bepalen wat je wilt doen. Meestal doe ik dat al in de auto. Ik mijd de files en ben doorgaans pas rond half 11 op kantoor.”
„Mijn ervaring is dat je verschillende mentale patronen uit het industriële tijdperk, zoals ’naar het werk gaan’ in plaats van ’aan het werk gaan’, moet doorbreken om het maximale uit de huidige informatietechnologie te halen” zegt Rinsema. „Ik zie het vooral ook als een evolutionair proces. De mens heeft zich nog onvoldoende aangepast aan de mogelijkheden die de digitale technologie biedt. Daarom beschouw ik het Nieuwe Werken zeker als een toekomstscenario voor meer bedrijven. Het kantoor zal steeds meer een ontmoetingsplek worden, dan een werkplek.”